Zijn komst als ster…
Hele byzondere bijbelstudie over Zijn komst.
Klik HIER
Hele byzondere bijbelstudie over Zijn komst.
Klik HIER
Welkom!
Op deze weblog staan stukjes die gaan over het Koninkrijk van God niet voor later, maar voor NU!
Een Koninkrijk, niet ver weg of voor de toekomst, maar voor NU. Lucas 17:21b(uit de Griekse vertaling ) zegt:’Het Koninkrijk is IN U’.
De wet
en het Koninkrijk Gods
"Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste;
het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven" (Ez.36:26)
"Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven,
Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn" (Jer.31:33)
HOE HET KONINKRIJK GODS KOMT
Toen men Jezus vroeg naar het wanneer van het Koninkrijk Gods, antwoordde Hij alleen, hoe het niet zou komen. Hij zei: "Niet zo, dat het te berekenen is (Grieks: niet met oogwaarneming), niet hier of daar (Luc.17:20-21a), niet door kracht of door geweld, want het is niet van deze wereld" (Joh.18:36).
Waarom legde Hij zo de nadruk op het hoe niet? Omdat van nature ieder mens het namelijk wel met oogwaarneming zoekt, wel hier of daar in de wereld (in Israxebl, in de kerk of als een opname). De natuurlijke mens wil er wel wat voor kunnen doen en wendt wel menselijke kracht aan om Zijn koninkrijk op aarde te realiseren, net zoals men destijds probeerde "Jezus met geweld mee te voeren om Hem koning over Israxebl te maken" (Joh.6:15). Pas door de Geest der waarheid leren we zien, dat het komt in geest en in waarheid. We beginnen dan te beseffen, dat het "in de wereld is, maar niet van de wereld" (Joh.17:13-19, 18:36).
Maar wie wist dat, toen Hij op aarde was? Wie zag, dat in Jezus van Nazareth, de Zoon des mensen, het Koninkrijk Gods verborgen lag als een schat (Mat.13:44)? Dat waren maar een paar trouwe volgelingen (Luc.10:21-24). Iedereen zag wel wat Hij deed, maar niet wie Hij was (Joh.10:37-38, 15:24). Zij hadden geen ogen om te zien, dat Hij de Grote Koning was van het Koninkrijk der hemelen.
Wat Hij wxe9l zei, was waar het moest worden gezocht: in de mens. "Het Koninkrijk Gods is in u" (Grieks: entos=binnenin, de versterkte vorm van en=in, Luc.17:21b).
Door de Geest van wijsheid en verstand mogen ook wij gaan zien en ons erover verwonderen, dat koningschap Gods niet alleen in Hem, maar ook in ons verborgen ligt als een schat (Mat.13:44). En als wij voor het verkrijgen van die schat alles over hebben en die als eerste zoeken, zullen we vinden (Mat.6:33, 7:7-8). Dan behaagt het de Vader aan ons het Koninkrijk te geven (Luc.12:32). Jezus wordt Koning der koningen! (Op.5:10, 19:16). Want koning wordt ieder, die uit Woord en Geest geboren wordt xe9n overwint (Joh.1:13, 3:3-5, Op.3:21, 21:7). En ook dat koningschap kan niet verborgen blijven, maar zal geopenbaard worden (Rom.8:19).
Wanneer, hoe en waar? In Jezus kwam het Koninkrijk Gods tot ontplooiing in de eerste dertig jaar van Zijn leven, om het daarna in Israxebl te openbaren. Dat was aan het begin van de "eeuw" (aion) van de genade (Joh.1:17b).
Sindsdien komt koningschap Gods tot ontplooiing in allen, die het Lam volgen, waar Hij ook heen gaat. Hun koningschap zal ook tot openbaring komen, maar dan voor de hele schepping (Rom.8:19). Dat is aan de voleinding van de eeuw der genade, als Hij komt "om verheerlijkt te worden in Zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn" (2Thes.1:10). Dan breekt de "eeuw" (aion) van het Koninkrijk aan (Luc.18:30), de "eeuw" van de opstanding (Luc.20:35-36). Dan komt het Koninkrijk van gerechtigheid, liefde en vrede ook op aarde tot volheid ….!
Wil je de hele studie lezen: Klik dan op deze link: De wet en het Koninkrijk Gods
HET BEGIN
VAN HET
KONINKRIJK GODS OP AARDE
"Johannes de Doper predikte
Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen"
(Mat.3:1-2)
En ook "Jezus begon te prediken:
Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen"
(Mat.4:17)
EERST WEGBEREIDING
Van het Koninkrijk Gods kan men niet zeggen: "Kijk, hier is het, of daar" (Luc.17:21a). Het is verborgen, in geest en waarheid. Het bestaat in rechtvaardigheid en vrede (Rom.14:17) en komt op aarde in mensen des welbehagens (Luc.2:14). Jezus zegt: "Het Koninkrijk Gods is in u" (Grieks: entos=binnenin, Luc.17:21b).
Zijn evangelie begint dan ook met innerlijke toebereiding (Mar.1:1). Om het Koninkrijk Gods in zich te zien komen, moet er eerst een weg voor Hem vrijgemaakt worden (Jes.40:3, Mat.3:3). Hij komt pas als Koning in ons hart, als er opruiming is gehouden en er rechte, effen, gebaande wegen zijn (Ps.84:5) xe9n als ons denken zich richt op de dingen die boven zijn (Ps.24:3-10, Col.3:1-2).
Het oude testament eindigt met de belofte, dat God de profeet Elia zal zenden, voordat de grote dag van de Heer komt (Mal.4:5-6). En vierhonderd jaar later begint het nieuwe testament daar, waar het oude eindigde: God zond een Elia, die het volk opriep om zich voor te bereiden op de komst van het Licht der wereld (Joh.8:12), door Wie er een nieuwe dag zou aanbreken (Ef.5:8).
Die wegbereider was Johannes de Doper (Mar.1:1-3). Hij trad op in de geest en de kracht van Elia, om voor de Heer een goed toegerust volk te bereiden (Luc.1:11-17). Hij was de stem van xe9xe9n, die roept in de woestijn: "Bereidt de weg des Heren, maakt recht Zijn paden (Luc.3:4), bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen" (Mat.3:2).
DE ELIA
Johannes de Doper was de Elia, die komen zou (Mat.11:14). Maar ook van Jezus werd gezegd, dat Hij de Elia was (Mar.6:15). Jezus beaamt ook, wat de schriftgeleerden zeiden: "Elia zal komen en alles herstellen" (Mat.17:11). De belofte van Elia’s komst geldt niet voor xe9xe9n persoon en voor xe9xe9n bepaalde tijd. Ieder die, waar en wanneer ook, door God wordt geroepen en gezonden om het Koninkrijk der hemelen aan te kondigen, is een Elia.
Waarom kon Johannes de Doper een Elia zijn? Omdat God dat had bepaald. Hij had hem ervoor apart gezet. Daarom werd hij geen priester in de tempel als zijn vader, maar een nazireexebr Gods, die in de stilte van de woestijn gevormd zou worden door de Geest der waarheid (Luc.1:15). Hij werd geen riet, door de wind bewogen (Mat.11:7), maar "een terebint der gerechtigheid, een planting des Heren, tot Zijn verheerlijking" (Jes.61:3). Hij kwam dan ook uit de woestijn te voorschijn in de geest en de kracht van Elia, om op te roepen tot gehoorzaamheid aan God en tot anders, hemels denken.
Jezus zegt, dat Elia komt om alles te herstellen (Mat.17:11). Hij gebruikt het Griekse woord apokathistemi (apo=weg, kata=neer, laag, histemi=staan): het laagstaande wegnemen. De zonde had een lage status veroorzaakt, een katabole, een neerwerping uit het hemelse (in de NBG vertaald als grondlegging=neerlegging).
Een Elia wijst op "de dingen die boven zijn" (Col.3:2). Hij roept op tot bekering, want het Koninkrijk der hemelen is nabij. Hij zegt: "Brengt vrucht voort, die aan bekering beantwoordt (vgl.Luc.3:9). Verwacht het Koninkrijk der hemelen met de bedieningen des Geestes (2Cor.3:8) en laat alle bedieningen van het vlees verstommen" (vgl.2Cor.3:7,9). Zo wijst elke Elia van het laagstaande af op het hoogstaande, opdat de grote dag des Heren kan komen (Mal.4:6) en God het Licht van Zijn dag in onze harten kan doen opgaan (2Cor.4:6).
Al in Job, het oudste boek van de bijbel, wordt ons die terugkeer van laag- tot hoogstaand getoond. Nadat de denkwijzen van de drie Edomieten waren verstomd (drie=totaliteit, Edom=Ezau=vlees, het laagstaande), kondigde een vierde vriend uit het geslacht van Ram (=hoog) nieuwe dingen aan. Ja, u leest het goed: die man droeg de naam Elihu, dezelfde naam als Elia.
Eerst laat God dus alle menselijke denkwijzen vastlopen (vgl. Job 32:3a). Pas als het laagstaande tot zwijgen komt, kan Elihu, "de zoon die de Heer gezegend heeft", "de zoon uit het hoge geslacht", spreken vanuit Gods Geest (Job 32:18-19, 33:4): "Zie omhoog, aanschouw de hemel en geef acht op de wolken, hoog boven u" (Job 35:5). Pas daarna kan God spreken (Job 38-41) en Zijn aangezicht doen lichten (Num.6:24-26, Job 42:5).
Johannes de Doper was dus een Elia: "Gaat anders denken, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen" (Mat.3:2). En ook Paulus: "Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn" (Col.3:2). Ieder, die God zendt met zo’n boodschap, is een Elihu, een Elia (Mat.17:10,12).
Elia’s zijn dus sleutelfiguren tussen oud en nieuw. Zij roepen op tot levensheiliging en tot bekering van laag denken tot de hoge denkwijze van het Koninkrijk der hemelen. Zo banen zij een weg voor de komst van de hemelse Koning.
Toen Johannes de Doper de komst van de Koning en Zijn rijk aankondigde en zei: "Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen" (Mat.3:2), was dat ook een boodschap aan het volk van God. En ook nu moet het tot het gelovige volk van God doordringen, dat het zich moet heiligen en "de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn, moet bedenken" (Col.3:2), want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
Zelf zegt Jezus, dat, wie zich "niet bekeert (=hoger gaat denken) en wordt als de kinderen, het Koninkrijk der hemelen niet zal binnengaan" (Mat.18:3). Wie zich wxe9l bekeert, zegt Hij, en voor de wereld verachtelijk klein wordt, zal zelfs "voortdurend het aangezicht zien van Mijn Vader, die in de hemelen is" (Mat.18:10).
Wij moeten dus minder worden (Joh.3:31), opdat wij verhoogd worden in geest en waarheid (Luc.14:11). Jezus zei dit niet, omdat Hij een mening was toegedaan. Het was geen vermoeden, maar Hij wist het uit ervaring. Hij was Zelf zxf3 minder geworden en Hij had Zichzelf zxf3 vernederd (Fil.2:8), dat in Hem de Vader zxf3 groot kon worden, dat wie Hem zag, de Vader zag (Joh.14:9). Dat is nu precies, wat God destijds beoogde met Job (42:5). En dxe1t gunt Hij nu aan ieder, die rein van hart is (Mat.5:8), die afleert te denken in aardse schaduwen en leert denken in geestelijke realiteiten.
Lees de rest van deze studie HIER
Zien is kennen, begrijpen. Binnengaan is ervaren. Jezus zegt: “Tenzij iemand van boven geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien en binnengaan”. Alleen wie uit God geboren wordt als geestelijke mens, kan Zijn koningschap leren kennen en ervaren.
De oude mens blijft van deze wereldorde. Hij blijft interpreteren in tijdelijke termen en plakt het etiket Koninkrijk Gods op een tijdperk, of op een plaats of land, of op een kerk of organisatie. Maar het Koninkrijk der hemelen is niet van deze wereld. Het komt niet hier of daar tot stand op een menselijke manier. Een natuurlijk mens kan het niet eens zien.
De nieuwe mens leert dus kennen, wat de oude mens nooit zal zien: geestelijke realiteiten, dingen die boven zijn (Col.3:1-2). Hij vindt de nieuwe, levende Weg, waarop hij door de Geest wordt geleid naar het Koninkrijk van God. Wat hij leert, is als doorschijnend glas. Zijn binnengaan is als op een Weg van zuiver goud.
Wie daar iets van ervaart, heeft het veel minder zwaar om de wereld en wat van deze wereldorde is niet lief te hebben. Hij zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is. Hij doet met vreugde Gods wil. Hij wordt ook “blind als de volmaakte knecht des Heren en doof als de bode die Hij zendt”, blind voor aardse wegen en doof voor elk geluid van beneden.
De Vader wekt hem op en geeft hem een plaats in de hemelse gewesten, in Christus Jezus. Daar verandert hij stap voor stap van heerlijkheid tot heerlijkheid. Hij is nog wel in de wereld, maar hij is tevens burger van het Koninkrijk der hemelen geworden. Daar maakt God hem Zijn gedachten en wegen bekend, elk waarom en elk waartoe van Zijn plan. Want “wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor hen, die Hem liefhebben”.
Als het onderwerp zonen Gods ter sprake komt kan gerust van een mysterie worden gesproken. Alhoewel de term zonen Gods maar op enkele plaatsen in het Nieuwe testament gebruikt wordt is dit juist het belangrijkste deel van het evangelie wat Jezus bracht. Een in dit verband belangrijke uitspraak van Jezus aan Zijn discipelen was: “Gij dan zult volmaakt zijn gelijk uw Hemelse Vader volmaakt is” (Matth. 5:48). Jezus bracht een evangelie voor alle dag, een praktijkgericht evangelie, dus toepasbaar in de praktijk van iedere dag, door de gewone man en vrouw met een oprecht hart. Met droge theoriexebn en theologische beschouwingen waar geen sterveling mee uit de voeten kan hield Hij Zich niet bezig. Daar maken de heren geleerden hun tijd wel mee vol. Hij bracht een haalbaar evangelie omdat Hij weet wat in de mens is en ons daarom ook niet opscheept met ondragelijke lasten. Daar heeft de duivel het druk mee. Als Jezus dan zegt: “Gij dan zult volmaakt zijn” heeft Hij het niet over een ongrijpbare verre toekomst maar over een haalbaar heden. Iets wat binnen het bereik van de mens ligt. Dit was een heldere boodschap, die echter tot een mysterie geworden is. Toen Jezus als een volmaakt offer aan het kruis de duivel in zijn hemd zette omdat die niet in staat was gebleken om, ondanks alle opgetrommelde hulptroepen, Jezus tot ongehoorzaamheid aan God’s verlossingsplan te dwingen brak er paniek in de hemelse gewesten uit en barstte de oorlog pas goed los. Omdat de duivel besefte dat voor Jezus nu de weg was vrij gekomen om de macht van de overste van deze wereld voorgoed te breken ging deze overste vanaf Golgotha meer dan ooit als een brullende leeuw rond om te zoeken wie hij zou kunnen verslinden (1 Petrus 5:8). En wie zou hij daarbij vooral op het oog hebben? Zijn dat niet die mensen die in Openbaring 14 genoemd worden als de losgekochten van de aarde? Het getal honderdvierenveertigduizend in deze tekst is een symbolisch getal, een exact aantal is er niet uit af te leiden. Het is belangrijk om te begrijpen waarom God deze mensen nodig heeft voor de ondergang van de duivel en zijn hele vervloekte rijk.
Toen God de mens op deze aarde plaatste om over deze aarde te heersen, was dat God’s eeuwige bedoeling. In het boek Prediker zegt deze wijze mens al: “Ik heb ingezien dat al wat God doet voor eeuwig is.” Van dat plan is God daarom ook nooit afgeweken, ook niet toen bij de zondeval de duivel die macht in handen kreeg. Toen Jezus naar deze wereld kwam was dat niet alleen om de macht van de overste van deze wereld op Golgotha te breken maar ook om die geroofde heerschappij weer terug te kunnen geven aan de mens. In tegenstelling tot de paradijselijke toestand hebben we nu echter te maken met het feit dat er een overste van deze wereld is die zijn ondergang ziet naderen en dit tot het laatste zal proberen uit te stellen. Omdat God aan de mens die heerschappij had gegeven is het nu de taak van de mens om deze weer terug te veroveren. Dit was het evangelie wat Jezus aan Zijn discipelen probeerde duidelijk te maken. Pas toen zij de Heilige Geest ontvangen hadden waren ze in staat om het allemaal te bevatten en kon deze leraar ter gerechtigheid hen dit alles uitleggen zoals Jezus het hen had voorzegd in Joh. 16 v. 12-15: “Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen, doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid.”
God is soeverein, almachtig. Maar in het Koninkrijk Gods laten mensen Hem vrijwillig in zich toe om Hem te laten regeren. Bij soevereiniteit geldt alleen de wil van de Koning. In het Koninkrijk Gods wordt de wil van de mens xe9xe9n met de wil van God. In het Koninkrijk der hemelen wordt Zijn heerschappij erkend en aanvaard door mensen, die zich eerst lieten leiden door hun aardsgebonden ik en die nu vragen: “Uw koninkrijk kome en Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op aarde …. ja, ook in mij”.
Het Koninkrijk Gods kan alleen komen, als er een verandering van denken plaatsgevonden heeft.Het menselijk denken van het ik moet zich vrijwillig onderwerpen aangeestelijk denken. Dan pas kunnen wij de dingen,die boven zijn bedenken (Col.3:1-2), worden dwalingen ingezien en Gods wegen aanvaard. Dan is Hij niet alleende soevereine Koning, die over alles heerst, maar dan dalen Zijn gedachten,leven, natuur, kracht, wijsheid,kennis en wil in ons diepste wezen neer. Zo worden we “een koninklijk priesterschap,een heilige natie” (1Pet.2:9).
OPGAANDE ZON OF FLITS?
Sommigen zullen nu even moeten wennen aan het feit, dat Jezus in ons is gekomen als opgaande Zon en dat Zijn komst als Licht een proces is, een groei, een reis van oost naar west. Wij moeten dat niet verwarren met onze verandering bij de laatste bazuin, die wel zal plaatsvinden in een punt des tijds, in een ondeelbaar ogenblik (1Cor.15:51-53, 1Thes.4:17).
Zijn komst als Licht in ons hart is een groeiproces. En dat is ook zo met onze verandering naar Zijn beeld. Hij komt voor kinderen van het licht juist niet plotseling (1Thes.5:1-6). Als Hij opgaat in ons hart, worden wij veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid (2Cor.3:18). Dan wordt in ons Zijn licht steeds helderder en Zijn liefde steeds warmer merkbaar. Zo vinden wij steeds meer genezing onder Zijn vleugelen (Mal.4:2) en groeien wij in elk opzicht naar Hem toe (Ef.4:15).
Zo wordt, “al vervalt ook onze uiterlijke mens, de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd” (2Cor.4:16). Dan “doet dit vergankelijke onvergankelijkheid aan en dit sterfelijke onsterfelijkheid” en worden wij een nieuwe mens (1Cor.15:51-53, Ef.4:24). Zo gaan wij de Heer tegemoet in het verborgene, in de geest, in de lucht.
Ontmoeten in de lucht. Niet in een flits de lucht in, boven ons (Engels: sky). In 1Thes.4:17 gebruikt Paulus het woord aer (de lucht om ons heen, die je inademt en uitblaast, die je kunt voelen als het waait, maar die je niet kunt zien, Engels: air). Aer is het domein van de geest. Als God werkt, komt aer in beweging als wind (bv. in Hand.2:2), als adem (pneuma=Grieks voor adem, wind, geest).
Hij is in ons aan het opgaan zoals de zon, maar dan in aer, in de geest. Wij gaan Hem niet tegemoet van de ene plek naar de andere. Het is geen plotselinge verandering van plaats, maar een innerlijke, genezende metamorfose. Een mooie illustratie daarvan is de verandering van een rups in een vlinder. In het verborgene van de cocon vervalt de aardsgebonden, vette rups en wordt geheel herschapen tot een prachtig nieuw schepsel, dat los kan komen van de aarde (vgl. 2Cor.4:16). In de geest wil Jezus ons ontmoeten en ons, hoewel wij in de wereld zijn, losmaken van de aarde (Op.14:3).
WAT KAN ONS BINNENGAAN BELEMMEREN?
…. vleselijkheid ….
“Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke” (Gal.5:19-20). Israxebl gaf zich er in de woestijn steeds aan over en kon daarom het beloofde land niet binnengaan.
En ook voor ons geldt, dat “wie dergelijke dingen bedrijven, het Koninkrijk Gods niet zullen bexebrven” (Gal.5:19-22). Dan blijven ook wij steken in de woestijn, met magerheid aan onze ziel (Ps.106:15, St.Vert.).
…. ongeloof ….
Israxebl kon het beloofde land niet binnengaan en in bezit nemen door ongeloof (Heb.3:19). De meeste verspieders van het land kwamen terug met zeer gemengde gevoelens. Zij hadden een uitzonderlijk goed land gezien, maar wat was het volk, dat er woonde, sterk en wat waren de steden groot! (Num.13:27-28). Ze zeiden: “Wij zullen tegen dat volk niet kunnen optrekken, want het is sterker dan wij” (Num.13:31). En het duurde maar even, of ze “verspreidden onder de Israxeblieten ook een kwaad gerucht omtrent het land dat zij verspied hadden” (Num.13:32). Omdat het volk dat geloofde, keerde het terug naar de woestijn, voor achtendertig jaar! (Deut.2:14).
Ook wij moeten “op onze hoede zijn, dat wij niet achter blijven, omdat de belofte nxf3g steeds bestaat om tot Zijn rust in te gaan” (Heb.4:1-2). Natuurlijk wordt er ook nu geprobeerd om ons ingaan te verhinderen. Er zijn legio bedenkingen. Groeien tot de volheid van Christus, tot zoonschap (Ef.4:13, Rom.8:14)? Met Hem als koning regeren in Gods Koninkrijk der hemelen op aarde (2Tim.2:12, Op.20:6, Mat.6:10)? Allemaal veel te hoog gegrepen!”
Wie dan let op wat hij hoort en ziet, wordt gexefntimideerd! Hij begint zich zwak te voelen, te oud of te jong. Of ongeschikt, omdat je partner het anders ziet, of omdat de kinderen de Heer niet volgen.
Die geest van ongeloof, lafheid en angst doet ons dan geloven, dat koningschap Gods op aarde onhaalbaar is. Maar wie uit God geboren is, heeft een geest van kracht (2Tim.1:7, Num.13:30). Hij “heeft de geest van zoonschap ontvangen” (Rom.8:15), een nieuwe, vaste geest (Ez.36:26). “Elk bedenksel brengt hij als krijgsgevangene onder de gehoorzaamheid aan Christus” (2Cor.10:5). Hij overwint al het denken van de wereldse orde. Hoe? Door het geloof! (1Joh.5:4). Wie gelovig overwint, gaat binnen. Hem geeft Jezus “te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is” (Op.2:7). En dat niet alleen! Hij zegt ook: “Ik zal u geven met Mij te zitten op Mijn troon. Je zult Mij een zoon zijn” (Op.3:21, 21:7). Ja, wie gelooft en overwint wordt zoon, koning.